Categorieën
Thema's

Thema VI: het thuis van vroeger

Niets ligt ons zo nauw aan het hart, als ons eigen stek, ons eigen huis. Zo was dat niet anders bij onze voorouders. Zij hadden ook hun eigen thuis, de plek waar alles gebeurde, waar zich het familieleven, soms generaties lang, afspeelde. De plaats waar lief en leed werd gedeeld, waar kinderen ter wereld zijn gekomen en waar anderen zijn heengegaan. Hun thuis is ook een beetje ons thuis, vandaar dat het ook zo interessant is om te weten welke huizen onze voorouders in het verleden bewoonden. Grote kans dat je er al wel eens voorbij bent gelopen, als je een vrij honkvaste familie hebt.

Nu wil je zeker en vast ook weten hoe je de adressen van je voorouders gaat achterhalen. Afhankelijk van de periode is dit wat gemakkelijker of juist moeilijker voor elkaar te krijgen. Ook zijn er diverse bronnen en dus mogelijkheden om de woonadressen van je voorouders of familieleden te kunnen achterhalen. In dit zesde thema zetten we de meest interessante en behulpzame bronnen voor je uiteen, om zo achter de adressen van je voorouders te komen.

Volkstellingen

Afhankelijk van de periode kan een volkstelling je interessante informatie over het adres van je voorouders vertellen. Met name de volkstellingen vanaf 1796 in België en vanaf 1810 in Nederland bevatten nog wel eens een aanduiding van een huisnummer in een bepaalde wijk of straat. Dat maakt natuurlijk nog niet dat je daarmee gelijk weet waar deze voorouder precies in een dorp of stad woonachtig is. Oude plattegronden of kaarten van dorpen en steden kunnen je hier dan vaak wel meer behulpzaam bij zijn. Hoe dan ook, de volkstellingen bevatten zelden zo veel informatie als het later ingevoerde bevolkingsregister doet.

Bevolkingsregisters

Een van de meest bekende bronnen naast de burgerlijke stand, parochieregisters en kerkboeken zijn de bevolkingsregisters. Deze bestonden zowel in Nederland als België en het varieert vaak van plaats tot plaats wanneer men hiermee begonnen is, in Nederland is dat meestal rond 1850. De Belgische bevolkingsregisters zijn deels te vinden op de site van FamilySearch en in andere gevallen ook in digitale archiefbanken van stadsarchieven, zoals die van het Stadsarchief Turnhout of Made in Aalst. Een ander deel van de bevolkingsregisters ligt in de depots van een van de rijksarchieven en moet je ter plaatse inzien. De Nederlandse bevolkingsregisters daarentegen vind je bij de verschillende regionale archieven, vaak ook aangeduid als stadsarchief, regionaal historisch centrum, streekarchief of regionaal archief. Bij de Nederlandse archieven zijn de bevolkingsregisters in veel gevallen al gedigitaliseerd en soms ook geïndexeerd, maar zeker niet altijd.

Tussen de bevolkingsregisters van België en Nederland zitten twee grote verschillen, namelijk de aanduiding van adressen en de periode waarin deze registers hebben bestaan. De Belgische bevolkingsregisters bevatten een straatnaam, vaak gecombineerd met een huisnummer, dit is in de oudere Nederlandse bevolkingsregisters vaak niet het geval. In Nederland tref je vaak nog het systeem van wijknummering aan, een wijk werd dan met een letter aangeduid en ter identificatie van het betreffende huis werd aan die letter een nummer toegevoegd. Zo kon bijvoorbeeld het huis F65 in Tilburg de Hasseltstraat nummer 211 representeren. Om dit probleem van omnummering op te lossen zijn er in die tijd ook zogenaamde omnummeringsregisters aangelegd. Niet van alle gemeenten bestaan die of zijn die bewaard gebleven. In Tilburg is het oudste omnummeringsregister van 1879 en in Maastricht stamt deze uit de jaren 1850.

De Nederlandse bevolkingsregisters kwamen in 1939 ten einde bij de invoering van de persoons- en woningkaarten, terwijl de Belgische bevolkingsregisters nog altijd bestaan. In België zijn de bevolkingsregisters pas openbaar na een periode van 120 jaar na afsluiting van het register, terwijl dit in Nederland 100 jaar is. Hoewel voor Nederland een termijn van 100 jaar wordt aangehouden, is dit ook pas recent ingevoerd. Dit betekent dat diverse archieven nog wel eens jongere bevolkingsregisters in hun databank hebben staan en ook via WieWasWie en Open Archieven zijn sommige jongere bevolkingsregisters nog steeds als scan of index te raadplegen.

Adresboeken

Misschien wat voor de hand liggend, maar zeker in de adresboeken kan je vinden op welke adressen je voorouders woonachtig zijn geweest. Van diverse gemeenten in België en Nederland zijn er nog oude adresboeken bewaard gebleven. Soms zijn deze in de studiezaal of bij een heemkring in te zien, in andere gevallen zijn deze al gedigitaliseerd en via de website van een archief doorbladerbaar. Het varieert van stad tot stad en van dorp tot dorp welke adresboeken bewaard zijn gebleven. Soms gaan deze ver terug in de tijd, zelfs voor het jaar 1900, in andere gevallen zijn ze heel recent, van de jaren ’60 of ’70. Hoe dan ook is het een uitermate handige bron om meer te weten te komen over de adressen van je voorouders.

Gezinskaarten

Een in België niet gekende bron zijn de gezinskaarten, die in Nederland met name vanaf de jaren ’20 zijn ingevoerd, bevatten gedetailleerde informatie van alle gezinnen en huishoudens die in een bepaalde gemeente woonachtig waren. Deze gezinskaarten werden aangelegd op basis van een gezinshoofd, vaak de vader van het gezin of de eigenaar van het huis, dit betekent dat er voor één adres dus ook meerdere kaarten kunnen zijn. Vanwege de inwerkingtreding van de Algemene verordening gegevensbescherming hebben veel gemeenten ervoor gekozen de gezinskaarten offline te halen, maar dat is lang niet overal gebeurd en sommige gezinskaarten kan je nog altijd via WieWasWie of Open Archieven raadplegen. Het verschilt een beetje per gemeente wanneer met deze gezinskaarten is begonnen. In Rotterdam beginnen deze al in 1880, in Amsterdam in 1893 en in Den Haag in 1913.

Persoons- en woningkaarten

In 1939 werden in Nederland de bevolkingsregisters en gezinskaarten afgeschaft. Zij werden ingeruild voor persoonskaarten en woningkaarten. De persoonskaarten waren aangelegd om van iedere inwoner in een gemeente bij te houden waar hij woonachtig was, met wie hij getrouwd was en wie zijn kinderen waren. Omdat hierdoor geen goed overzicht ontstaat van wie op welk adres woonachtig is in een bepaalde gemeente, zijn tegelijkertijd ook de zogenaamde woningkaarten geïntroduceerd, deze zijn wat minder bekend bij de onderzoeker dan de persoonskaarten. De woningkaarten waren, zoals de naam al doet vermoeden, bestemd om in kaart te brengen wie er op een bepaald adres in een bepaalde periode woonachtig was. Je kan deze kaarten het best vergelijken met een bescheiden bevolkingsregisters, ze zijn namelijk niet zo gedetailleerd als de oudere bevolkingsregisters.

De persoonskaarten zijn na het overlijden van de kaarthouder naar het CBG gegaan, welke deze kaarten tegen betaling verstrekt. Sommige gemeenten hebben nog dubbelen van deze kaarten in hun archief en in sommige gevallen zijn deze dubbelen aan het archief overgedragen, bijvoorbeeld het Stadsarchief Rotterdam. De woningkaarten zijn slechts in weinig gevallen aan het archief overgedragen, maar er zijn gemeenten die er geen probleem van maken deze per mail aan je te verstrekken. In oktober 1994 kwam dit systeem van persoons- en woningkaarten ten einde, toen de digitale Gemeentelijke Basisadministratie werd ingevoerd, tegenwoordig vervangen door de Basisregistratie personen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *